Jacob Keller schrijft op 12 october 1940 in zijn weekverslag over het verloop van de oorlog: inkwartiering en het verbod op auto rijden.

De oorlog nog steeds ‘t zelfde. Nog veel Duitschers ingekwartierd te ’s Gravendeel tot en met zwager M. Visser toe. Ergernis verwekt hun onmatigheid. “Ze zuipen as kruiers” zeggen de ’s Gravendeelers. Ze snoepen als kinderen zeggen anderen. Ze koopen de fijne waren uit de winkels weg zeggen derden en die sturen ze naar Duitschland. men zegt dat gewone soldaten f 17 a f 18 soldij per week hebben boven de kost, dus er kan heel wat kapotgeslagen worden. [GK: In 2009 is dat vergelijkbaar met 125,50 euro] Waarom zouden zij sparen, morgen sneuvelen zij misschien. Spottend zeggen zij, we wisten niet dat Luilekkerland zoo dicht bij Duitschland gelegen is.

De Engelschen bombardeeren bijna iedere nacht de havens langs de kust. Amsterdam, Rotterdam, Vlaardingen en den Helder werden gebombardeerd en weer vele onschuldigen zijn als slachtoffer gevallen. Ontroerende verhalen over die slachtoffers in kranten, maar wat de bommen troffen dat als mikpunt bedoeld was, daar over geen woord. Landen dag voor dag gebombardeerd. En dagelijksch veel Engelsche bommenwerpers over Duitschland. Wat een moedwillige vernieling en vermoording. En alles wijst er op dat de oorlog gaat uitbreiden. De verhouding tusschen Amerika en Japan wordt dagelijksch minder goed, in den Balkan kan het haast niet langer rustig blijven.

Woensdag gingen we onze schoonzoon feliciteeren. Krijn Visser was 50 jaar geworden. We reden met ons zessen, Adriaan en H. Reedijk met hun vrouwen ook mede. De taxi kostte mij, van halen en brengen f 9,80 [GK: in 2009 staat dit gelijk aan 70,28 euro] Toen ik bij Krijn was, bestelde ik een taxi van Klaaswaal om naar Goudswaard te gaan. Dat kostte 32 k.m. a 10 cents en 50 cent wordt f 3,80 [vergelijkbaar met 27,25 euro in 2009]. Alzoo voor mij een dure dag. Er is haast niemand meer die auto mag rijden. Die ‘t wel mogen zoo als dokters en veeartsen en nog enkele andere, krijgen zóó weinig benzine, dat ze toch er nog veel bij moeten fietsen. Taxis mogen nog rijden, maar de reizigers moeten kunnen aantonen dat hun reis dringend was en niet anders kon dan per taxi. Als we aangehouden waren bij onze reis naar Krijn hadden we vermoedelijk een proces verbaal gekregen. ‘t Zou moeilijk vallen te beroepen dat die reis noodzakelijk was. Ik las in de krant, dat in den Haag op een dag minstens 40 personen een proces verbaal kregen omdat ze zich per taxi naar hun stamcafé lieten vervoeren. ‘t Bezoeken van een café is geen noodzaak, dus hadden zij er op een andere manier moeten zien te komen.

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

Spaanse griep in Dordrecht 1918

Mijn overgrootvader Jacob Keller, boer op het eiland van Dordt, schrijft op 9 november 1918 over de Spaanse griep:

Dat we zoo slecht opschieten dat komt van de onophoudelijke regen in de eerste plaats maar ook door de ziekte. Twee man van ’s Gravendeel zijn zeer ziek en zullen dit jaar niet meer komen. J. v. d. Burg is al 1 1/2 week weg omdat ze thuis zieken hebben. G. de Haan is al drie dagen thuis omdat hij een vinger zwaar heeft gewond. Dat zijn vier mannen van ons kleine ploegje. Ook zijn er vrouwen en meisjes ziek geweest. Allemaal van de Spaansche griep.

Van ‘t voorjaar lazen we in de kranten dat er in Spanje een vreemde ziekte was uitgebroken die zeer besmettelijk was. We vonden ‘t interessant om daar de berichten over te lezen. De post, de telegraaf, sporen en trammen, alles had de grootste moeite om gaande te blijven, want het personeel werd ziek. Later hoorde we dat die ziekte zich uit Spanje verbreidde en nu is die ziekte over heel Europa bekend onder de naam van Spaansche griep of -pip of -ziekte. Soms verloopt die ziekte ernstig. In sommige gemeenten sterven tijdens tijdens deze epidemie evenveel menschen in 14 dagen als normaal in een half jaar. Ook hier op Dubbeldam zijn er veel gevallen. Meest van 20 tot 40 jaar.

Bij G. Jas is de oudste zoon, 25 jaar, doodziek en de dienstbode een gezonde man stierf er aan in eenige dagen. ‘t Is verschrikkelijk als men de rouwadvertenties ziet in de bladen. En de ziekte is ook onze woning binnen getreden. Onze meid Jannetje [Baks?] hebben we thuis moeten brengen. En nu liggen Cor en Gretha (zijn twee dochters, GK) ook al [?] ziek te bed. En de vrouw is nog niet op kracht van haar maagbloedingen en komt wat kijken (?). Gelukkig hebben we donderdag de koeien op stal gezet, dus ‘t melken is veel vereenvoudigd. Te ’s Gravendeel stierf gister het hoofd der  (?) school, Van Keulen, aan de Spaansche griep. Twee maanden geleden was zijn vrouw in ‘t kraambed bezweken, nu zijn daar zes wezen over, de oudste 11 jaar, de jongste twee maanden. ‘t Is verschrikkelijk. Te Wieldrecht stierf Bram van Ham, 42 jaar, een schoolkameraad van mij. Hij laat een weduwe met kinderen achter. Ook stierven te Wieldrecht twee jonge vrouwen, zij lieten de een 3 en de andere 8 kinderen achter bij hun mannen. En zoo zou ik verder kunnen schrijven om ‘t ernstige van deze epidemie te schetsen.

Eigenaardig is dat van deze ziekte, in tegenstelling met influenza, hoogst zelden bejaarden menschen bezwijken en ook hoogst zeldzaam kinderen. Men wijt ook deze epedemie aan de gruwelijke oorlog. De hongerende menschen schijnen gemakkelijk ziek te worden.

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft over de opleiding van zijn dochter Gretha.

26 juli 1917
“Onze Gretha verjaart vandaag. Ze wordt 15 jaar. Het is voor haar een dubbele feestdag en dus natuurlijk voor ons ook. Want Gretha is vandaag geslaagd voor diploma A M.U.L.O. Vanavond laat hebben we haar voan ‘t station Dordrecht wezen halen, Cor en ik. Ze kwam van Utrecht waar ze mondeling examen had gedaan; op ‘t schriftelijk gedeelte was ze reeds eerder te Rotterdam geëxamineerd. Wat zouden de oude oomes daar van zeggen. Een dochter examen laten doen en dan niet verder door laten leeren! Ze zouden er (wraak? vaak? – moeilijk leesbaar) om roepen. “Een boeredochter”, zouden ze zeggen, “behoeft niet te kunnen dan melken en werken.” Intussen zijn we blij dat het afgeloopen is, want Gretha wordt ook in ons oog te groot om school te gaan. Ze is 1.62 m. lang en weeg 112 pond. Ze is een slank meisje, dat wat bleek ziet van de inspanning die noodig was om te slagen voor het M.U.L.O. examen.”

 

(GK: De voorgangers van Jacob Keller op boerderij De Beer noemt hij op 5 oktober 1940 “de Oomes”, wellicht zijn dat dezelfde als bovengenoemde oomes?)

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

7 feb ‘53: Watersnoodramp bij Dordrecht

Beschrijving van mijn opa Adriaan Keller (geboren in 1906) over de watersnoodramp in 1953. Hij is doofgeboren, dat zie je terug in zijn taalgebruik.

Waternoodramp 7 Feb ‘53. Vreselijk waterramp deze week gevallen. Ik hoop dat ‘t goed overzicht schrijven maar alles was nachts gebeurd. Zaterdagavond kom ik van Dordt schaken om 12 uur zou onder de spoorviaduct rijden, tot de schrik water zoo hoog. Half meter op de straat. Ik keek vreemd op. Moest om twee uur laag water zijn. Terugrijden onder de tunnel op de Krispijnseweg naar huis, direkt stok gezet bij het water, half uur later gemeten 25 cm gerezen. Dat gaat niet goed. In plaats van zakken, nu snel omhoog. Mijn vrouw is gelukkig nog op. Direkt opgebeld naar Burgemeester, B. de Jong en Schoonderwoerd. Alledrie direkt hiergekomen. Het water steeg snel om 1 1/2 uur al bijna tegen de balk. Cor [de knecht, GK] met vrouw en kind geroepen, alle meubelen op zolder gezet en naar hier gebracht. B. De Jong haalt nog vier man om de ka na te kijken.

Om 2 uur loopt water al over de ka op laagste plek. Vooral bij het hek. Stro met palen neergeslagen ‘t helpt niet om 2 1/2 uur loopt al 25 cm water over de hele ka. 1/2 uur later begint de polder onderwater te loopen. Burgemeester met mannen moesten gauw weg, anders zou de weg onder zijn. Om 4 uur loopt water niet meer over de ka, dus ik dacht dat het water zakken, maar hele polder was blank van het water. De wind blijft orkaan, precies NoordWesten.

Om 6 uur gaat ik met Cor melken 1 koe uitgemolken nog even buiten kijken ‘t water wtaat al tegen silo, ik begin erg onrustig te worden, nog 1 koe melken en ‘t water loopt al door de deur heen in de stal. Dus ik moest weg, al te laat, 1 voet water in de stal, dus natte voeten. Cor en ik zouden naar huis gaan door de schuur heen. …al te veel water. Even naar buiten, achterdeur heen, maar onmogelijk deur open krijgen want ‘t water door de deur heen half meter hoger als binnen. Dus gauw door de schuur naar motorhok, dus bijna te laat. De grote deuren van de schuur vlieg open, water zeker 1 meter hoog naar binnen. Wat moet ik doen? Ik heb petroleumlamp in mijn hand. Ik zag grote schelf stro achter dorsmachine aan komen drijven naar mij toe met (lier en stenen muur?) , dus ik blijf stil staan en houd vast aan deur van stal, toen de stro voorbij is ga ik verder tot de grote deur achterheen gekropen. Zo door het gaasdeur heen getrapt, ‘t is gelukkig anders zou ik nooit binnen komen. Zeer onder de indruk kom ik met Cor binnen.

Het is verloren zaak de dijk is natuurlijk doorgebroken, het water begint al tegen de ramen van ‘t huis te slaan. Ik zou eerst venster sluiten door ‘t raam maar het is onmogelijk De golven slaan zo hard tegen mij op, dus geef ik op. Gauw verschoond, en naar de slaapkamer zitten blijft tot het licht wordt. Het is zware storm, durf niet meer naar buiten kijken, blijven maar staren. Gelukkig is mijn vrouw en kinderen erg rustig. Om 8 uur naar buiten, water loopt al over het erf heen vlak voor de keuken. En buitenwater tot de derde balk, twee duim lager. Het blijft orkaan het water slaan twee meter hoog tegen het raam van ‘t woonkamer. Onbegrijpelijk ‘t ramen blijven heel. Om 11 uur is het hoogste punt bereikt. 15 cm. onder de betonnen trap van de schuur. En ‘t buitenwater nog tegen de derde balk. Opeens ‘t binnnendijk bij de stoep van Vervelden doorgebroken, ‘t water loopt naar Oudendijk dat nog droog staan. Dus ‘t water zakt wel een halve meter naar beneden. Gelukkig is de vloer van de keuken droog gebleven, wel 1 cm verschil. Maar 1 uur later, water komt weer terug, bijna op hetzelfde peil. Omdat de Oudendijk vol. Maar gelukkig nu buitenwater zakken, dus niet meer hoger.

Om 1 uur zakt het water hard weg, en iets minder wind, en wij gaan in de woonkamer eten. Ineens kwamen soldaten met reddingsboot hier gekomen ons te redden. Maar wij blijven hier voor het vee dus wijkijken naar de stal en ik ben verbaasd, alles nog in leven, en wel zeer koud. en alle staldeuren weg, en de ramen de helft uitgeslagen, en alle slagen voor de koeien open. Dus de golven slaan over de koeien heen. Gauw wat slagen dichtgemaakt met spijkers en twee uur later, staldeuren plank voor gespijkerd en zakken voor het raam gezet. De koeien staan te rillen en blauw van de koude. Om vier uur op de bodem bij koeien droog dus gauw droge stro op gedaan en mangels gevoerd. Alles goed afgelopen. Ook bij de paarden. Maar in hokkeling [hokkeling hok = hok voor kalveren, GK] zes kalveren dood, vijf kuizen en 1 stier, en twee kalveren van 1 jaar ook dood. Gauw nog drie (vaarsen? eruitgedaan naar buiten?) op mestput lopen vier stieren en twee veulens . Twee stieren en 1 veulen waren hier gebleven op het erf, en andere was verdwenen. Maar later 1 veulen op Prinsenheuvel gevonden, en 1 dood in Prinsenpolder, 1 later gevonden in Biesbosch 10 dagen later bij J vd Waal op stal gezet. Zeer vermagerd en dun geworden.

Onze buitenkade vreselijk kapot geslagen. Meer als 100 meter weg. En nog een gat bij rietgors. Alle schuld van de wind van binnen kapot gewaaid door de hoge golven en als stuk hout tegen de dijk slaat zo gat in. Zelfs Brabantse kar zonder wielen helemaal in de ka geduwd. Het is troostelijk blik alles vernield alle hokken en schuur versplinterd huis van de knecht helemaal platgeslagen. Mofkeet en wagenschuur twee varkenshokken, …. 1 van steen , vier kippen hokken en bij Cor drie hokken weg. De helft over de ka heengeslagen verdwenen in rietgors. ’s Avonds komt de vloed weer. In de stal twee voet hoog. Om elf uur weer meer droge stro opgedaan. Dus doodmoe naar bed gegaan.

Maandag Cor en ik heel de dag stallen. Het weer rustig en droog. Om 10 uur met de boot van C. Mijnders met de motor van de stoep van het huis naar de tol tot de stoep bij A. Brand dwars over de polder, 20 min. varen. Mijn vrouw moest opbellen bij Bakker van de Burg, want onze telefoon stuk voor boodschappen. Arenoe gaat met ons mee. Namiddag weer naar tol varen Snijders en … mee naar ons, die helpen met rommel opruimen in schuur, halve meter rommel dikke laag in schuur en op het erf zelf 1 meter dik. ’s Avonds weer met de boot wegbrengen. Dinsdag droog weer , water 1 meter gezakt. 5 man gekomen, eerst melk weg en arbeider terug schip hiergekomen 105 Hl erwten in water gestaan en overgestort in droge zakken want alloemaal opengeperst. 2 kanten uitgescheurd en 8 HL gerst ook geladen en 6 dode hokkeling en onze auto onder awater gestaan ook op schip geladen gaan naar Wieldrecht en granen naar Puttershoek drogen, tarwe schip weer weg. Woensdag af en toe sneeuwbuiten 5 man gekomen. Hokkeling uitmesten, en kelder leegpompen met motor van H. Jas. Mijn ouders en schoonouders hier geweest waren halen met de boot, nogal veel wind. Ik was blij dat het goed overgevaren ’s avonds moesten wij evacueren van burgemeester voor opnieuw hoog water. Zo vreemd opkijken niemand had verwacht doch dringend, zo bij Bas de Jong geslapen en het water komt niet hoger, als van binnen 1 meter lager van buiten als binnen. Van binnen 25 cm. gezakt, aan buitenka waren dertig mannen weg dicht maken met honderden zakken zand, op zes plaatsen open houden voor afvloeien 1 meter breed, 1/2 meter diep. Donderdag vroeg terug van Bas de Jong om 7 uur van zandka het licht aan de arbeiders nu zelf gekomen over zandka, Pieten en zo lopen over de ka onderheen langs de griend. Klaverhooi lag vreselijk te broeien, en hele … komt waterdamp uit. Brandweer gekomen. Met motorspuit. De helft hooi gelost, op de til en de andere helft naar buiten door het raam. NM (Namiddag) nog een ploeg bij voor haver lossen van J Visser. Nu 50 mannen aan de ka zakken dragen. Vrijdag koude af en toe sneeuwbuien van ‘t vriespunt. Wel 15 man hooi lossen nu natte hooi op mestput lossen 1,25 meter dik, en haver ook. NM klaar met het hooi, en nu haver … af. Eindelijk kelder nu leeggepompt veel getobt, de pomp was vuil geworden, uitelkaar gehaald, schoongemaakt. Vier man bezig ’s avonds alles zeer schoon. Weinig schade. Zaterdag 4 g vorst, droog weer. 50 cm gezakt. Wind Oosten. Hoogste punt achter boomgaard nu droog. Vooraan vlaakweg nog 25 cm onder water. >>>dijk dicht 1,20 boven zomerpeil NM doorgewerkt en afgemaakt dertig man uit Dubbeldam. Overal vreselijk watersnoodramp, in Zeeland en ook ’s Gravendeel, 3/4 Hoekse waard onder water, 55 verdronken op ’s Gravendeel, 60 op Numansdorp, totaal 1395 mensen verdronken. Dus nog steeds meer. zeer veel geld verzameld 50 miljoen zelf. Kleinder dan 65 gld per gezin . zonder buitenland. Zeer veel gered door de soldaten uit Amerika, met helikopter vliegtuig dus zo uit de daken afhalen. Vijfentwintigduizend koeien en 3000 paarden verdronken. Wieldrechtsepolder is op ‘t kant afgekomen, op drie plaatsen bijna doorgebroken vooral bij vliegtuigfabriek op zeehaven. De menschen waren gevlucht omdat de dijk zo heen en weer slingerde. Met grote moeite door de politie terugsturen en verder werken met massa zandzakken, daardoor Dordt gered.

Zondag VM [voormiddag, GK] sneeuwstorm 6 graden vorst hele vlakte onder het ijs. Vooraan op de weg is nu droog . En aardappel op hoekwei boven op de punt droog, meer water gaat naar Oudendijk dan onder de spoor en duiker bij hoekstuk verstopt bij Oudendijk. En 1 sluiter en 1 duiker naar buiten en 2 duiker onder spoor door naar Oudeweer. Aan buitenka aan Ouden Beer bij hoge stoep zwaar beschadigd. Honderd meter weg en verder 100 m van het huis van machinist Ookgat. 50 m. breed. Nu alles dicht, met treklijn (dregline) Huis van Klootwijk platgeslagen en machinekamer nog overeind nu juis motor opgehaald en naar Dord om te drogen aan de spoordijk ook zwaar beschadigd, nu honder mensen dag en nacht werken elke keer zandtrein voorbij vele palen van electriciteit omgevallen op sommige plaatsen twee meter gezakt en zo kon onder de spoorrails heenkijken naar de Oude Straatweg nu juis zandauto heen en weer rijden over Hoge straatweg dichtmaken die ook 100 m. weggeslagen. Zelfs schip overheengekomen zo in de polder neer, en ook nog woonark.

Dossier Watersnoodramp Zeeuwse Bibliotheek

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

Reis door Engeland in 1951

Mijn opa ging in 1951 met mijn oma op vakantie in Engeland. Hij schreef erover in zijn dagboek. Mijn opa is doofgeboren, vandaar zijn bijzondere taalgebruik en scherpe observaties:

7 juli 1951 (…) Bijna 2400 KM gereden 6 gallon benzine dus 1 0p 10 KM. Algemeen indrukken. Een buitengewoon mooi land, prachtige wegen. Beleefde mensen. Wel enigzins stijf? Zeer behulpzaam als hen iets gevraagd wordt alleen dan. Veel honden. Zeer goede autorijders. Veel vrouwen aan ‘t stuur, veel minder goed. Bij ‘t voorbij rijden is de auto voor U gewend aanwijzingen met de hand tegen. Doet heel aardig aan. Iedereen eet vis tomaten of ham en toast. Iedereen doet aan sport tennis, cricket en paard rijden. Lelijk huizen, maar prachtig tuinen. (…) Een grote bezwaar zijn de hoge heggen eventueel muren langs de weg en de bomen midden in ‘t land. ‘t Hooi wordt meesteal gebalid met Lagbailen. Voor ons vreemd. Geen gangen in de huizen. Kleine schuren. Hangers. Mannen lopen achter kinderwagens. Vrouwen heel erg geschminkt. Te erg. Vrouwen met klompen aan gebruiken lipstick. Vrouwen niet erg knap maar bederven veel door de verf. Oude dames dragen lichte kleren. Zeer bochtige wegen. Je kunt niet doorrijden. Slapen en ontbijt duur. Eten goedkoop. Veel vrouwelijke politie(…) Gek op handtekening. Veel schoorsteen op één huis, soms 8 bij elkaar. Allemaal open haarden. Veel cafetaria’s. Veel oude auto’s, niet één amerikaanse wagens. Mannen dragen veel bloemen, bijv. rozen zie bloemenmeisje Piccadilly circus. Ellebogen van Herenjasje zijn met leder bedekt soms ook langs de randen van de jas. Kinderen gaan allemaal op kostscholen en veel met de zelfde uniformen aan. Idiote hoeden (stroo). Langs de ouden rieten daken ziet men veel randen van latjes. Voor de huizen veel pilaren. Vrouwen rooken heel veel vooral ook de krantenvrouwen met sigaretten in de mond. Allerlei nationaliteiten ziet men in Londen.

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

Afzwemmen in 1949

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft in 1949 over het afzwemmen van zijn kleinzoon Jaap Keller.

15 October 1949 (schrift 42)
… We zijn naar ‘t Sportfondsenbad geweest. Jacob Keller Junior behaalde daar zijn zwemdiploma en hij behaalde een eerste prijs voor gecostumeerd zwemmen. Hij stelde een watervolgel voor met grote snavel en grote zwarte vleugels. * Op de kant toonde dat niet zoo erg, maar in ‘t water op eenige afstand, wat ‘t (?) een aangeschoten aalscholver. Grootvader Jacob de Jongh bracht op den Beer 9 zonen groot en nooit is er een van, tot zwemmen gekomen. En toen die jongens kinderen waren wat ‘t Visscheergat nog een rivier die tot de straatweg toe door stroomde, waaar zelfs bij laag water volop water stond. Maar toen zei ment “‘t water is voor de visscher’ Bovendien vond met ‘t gevaarlijk zich te onkleeden en te water te gaan, longontsteking zou daarvan ‘t noodlottig gevolg zijn. Trouwen ik behoef zoo ver niet terug te gaan, ondergetekende heef ook nooit leren zwemmen. Auto’s en fietsen hebben de stad korter bij gebracht. Als ik b.v. te dordt na de H.B.S. had gemoeten, zou ik daar ergen (?) hebben moeten liggen . Ik zou toch niet van af (?) de Braber dagelijks heen en weer hebben kunnen lopen Maar als nu daar zoo in honderd jonge kindertjes ziet zwoegen om hun zwemdiploma, dan denkt men wat een verandering van tijd en van zeden. En als men dan ziet dat er net zoo veel meisjes bij zijn als jongen, nu dan verschilt ‘t nog meer. Gister voor de middag was ik weer op den Beer. Ondanks mijn 77 jaar en ondank half Oct. reed ik op mjijn fietsje regelrecht naar ‘t Hoeksche Spoor . Ik zag dat de ….

* Hij moet een pinguin voorstellen, maar leek m.i. meer een aalscholver.

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

Reis door Duitsland in 1949

Mijn overgrootvader Jacob Keller (boer, geboren in 1872) schreef in de zomer van 1949 over de reis die zijn zoon Adriaan (mijn opa) met zijn vrouw Gré maakte door Duitsland.
4 juni 1949 (schrift 42)

Adriaan is eergistermiddag met zijn Vrouw per auto op reis gegaan en zijn Schoonouders zijn op den Beer gearriveerd om daar te regeren zoo lang tot zij terugkomen. Ad. en Gré hebben plan om vandaag bij Vaals de grens over te steken, na de nacht in Valkenswaard door te hebben gebracht. Zij zouden dan door Duitschland heen naar Zwitserland gaan. Hun reis zou wel een dag of acht duren. O tempora, o, mores. Mijn voorganger, oom Janus de Jongh, vond het in zijn tijd een onverantwoordelijke daad, als de boer met zijn vrouw één dag op familiebezoek zou gaan. Want reken maar dat ‘t personeel je dan nemen zou. De arbeider hadden toen f 1,00 per dag, de knecht f 7 per week.

11 juni 1949 (schrift 42)
…Adriaan en Gré zijn nog op reis, er komen wel goede berichten van hen. Adr. verlangt naar huis.

18 juni 1949 (schrift 42)
…Adriaan en Gré zijn maandagmiddag thuis gekomen. Zij hebben hun reis volbracht zoo als ze zich voorgesteld hadden en geen extra tegenspoed gehad. Ze hebben 2500 k.m. afgelegd en niet één keer een lekken band gehad. Zij kregen van Duitschland een armoedige indruk en bevonden de Duischers zuur en stug. De Zwitsers waren vriendelijk en behulpzaam en daar was ook meer welstand. Zij hebben op de bergen tusschen hoge sneeuwwolken doorgereden, hebben aan staaldraden boven afgronden gehangen en zoo al van alles medegemaakt van wat er in die streken te genieten valt. Ze zijn vriendelijk ontvangen bij het huisgezin van Ruth (?) Keller, het meisje dat een paar maanden bij hen is geweest en ook bij een paar Duitsche boeren die bij hen als Duitsche soldaten waren geweest tijdens de oorlog. Het is alles wel heel aardig en ook wel leerzaam. Men krijgt wel een ruimere blik als men wat meer gezien heeft van de werled, maar een rustperiode is deze reis niet geweest. Integendeel, ‘t is een tijd van intensieve inspanning geweest. Wat dunkt U van 2500 k.m. achter het stuur in vreemde landen, op vreemde wegen en vooral in onbekende berglanden! …

Gepost door: grietjekeller | november 23, 2009

12 mei 1945: Men wreekt zich op weerloze meisjes.

Monika Diederichs schreef het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten, de omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen (Boom 2006), onder andere gebaseerd op interviews die zij in 1995 hield met zogenaamde ‘moffenmeiden’. De oorspronkelijke interviews stelt zij nu voor wetenschappelijk onderzoekers ter beschikbaar via Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis. Begin januari 2009 zullen deze geluidsinterviews gedigitaliseerd zijn. Ik ben beeldarchivaris bij Aletta en ik ben daarom deze week (augustus 2009) bezig geweest met de planning van dit project. Dat was voor mij een aanleiding om op te zoeken wat mijn overgrootvader Jacob Keller over het kaalknippen van deze meisjes schrijft:

“12 mei 1945: (…) Het eerst wat wat de menschen deden toen ze zeker wisten dat ‘t Duitsche gezag uit was, was meisjes mishandelen die het steeds met de Duitschers eens geweest waren. Zij knipten hun ‘t haar af, of rukte het wel uit ook en lieten ze, de door Duitschers bevuilde woonhuizen schoonmaken. ‘t Was een jammerlijke vertooning. We dacht aan wraak op de N.S.B ers, er was al zoo lang geroepen over “bijltjesdag”. Dat was ‘t eenig toegestane wapen, de bijl. En daarmêe zou wraak genomen worden op de N.S.B ers, op een bloedige wijze. Maar neen, men wreekt zich op weerloze meisjes. Zou dat komen omdat de N.S.B.’ers nog gewapend zijn en die meisjes niet. Alzoo blijkt wel dat de Ordedienst goed werk zal kunnen doen.

CollectieGreKeller006

Dordrecht, mei 1945. Bron: J. en E. Keller.

En gister ben ik op den Beer geweest. Daar was ik sedert 8 dec. l.l. niet geweest, dus in geen 5 maanden. Hoe is ‘t mogelijk. En ik fietste er heen in gezelschap van Teunis Visser [kleinzoon, GK]. Onze fietsen waren steeds verborgen gehouden geweest, uit vrees voor de moffen. Vele fietsten steeds, maar meest met oude karren met surrogaat banden. Fiets met goede luchtbanden hielden de meeste verborgen. En dat was noodig. Op 4 mei werd de fiets van Jacob Roos nog afgenomen toen hij Gré kwam feliciteren. En ’s weeks te voren die van onze buur Neeltje Overwater. Het waren beide fietsen met luchtbanden, dus menschen die ‘t er maar op waagden. Teunis en ik waagden het nooit. Ik liep naar oome Mees, ik liep naar Dordt, ik waagde mijn fiets niet. En nu waren we beide blij zoo gehandeld te hebben, want nu hebben we onze fietsen nog.”

12 Oct 1940 ‘t Weer is goed geweest deze week. (…) ‘t Zou een geluk zijn als ‘t weer nog zoo wat bleef. Dan zouden bieten en mongels(?) gauw geredderd (?) zijn en kon alle krachten van de paarden op het ploegwerk geconcentreerd worden. Want de tractor staat stil. Petrolium is er haast niet meer en de benzine is zeer schaars. De smokkelbenzine wordt tot 55 cent per liter verhandeld [GK: vergelijkbaar met 3,94 euro in 2009]. Als men ‘t geluk heeft benzine toegewezen te krijgen kost die,  meen ik, zo eender. Dus, zelfs al was er benzine voor de tractor, zou ‘t ploegen toch zeer veel kosten. Maar met paarden ploegen kost ook niet weinig. Paarden worden weer zeer duur. Ik denk dat als men nu op ‘t oogenblik een viertal flinke ploegpaarden (geen stamboek) zou willen aanschaffen men pl.m f 3500 noodig zou hebben [GK: vergelijkbaar met 25.100 Euro in 2009]. Bedenk dat er geen haver te koop is en men de zelfverbouwde grootendeels moet inleveren en men maar matig paardenkoekjes toegewezen krijgt dan kan men nagaan dat ploegen met paardetractie ook veel kost. Maar ja, als de winter niet invalt zooals nu twee jaar aan elkander en ‘t regent niet al te veel, dan schiet ‘t ploegen toch wel langzaam op, als aardappels en bieten geredderd zijn. Dan kost ‘t elken dag een beetje in, tot ‘t ten lang leste gebeurd is. Maar heel de winter die bemodderde zweetende, vermagerde paarden op stal, dat is iets waar ondergeteekende een gruwel in zag.

Jacob Keller, gepensioneerd boer op het eiland van Dordt, beschrijft in zijn weekverslag het reilen en zeilen op de boerderij van zijn zoon Adriaan en andere zaken, zoals de oorlog.

5 Oct 1940.

…Maandag verkocht Adriaan een 1 1/2 jarige merrie aan Nieske Middelkoop voor f 420. …

Er waren nog 400 mud Eigenh. van verkocht voor f 3,00 per 70 k.g. Ondertusschen werd er een verbod afgekondigd voor ‘t vervoeren van aardappels. De kooper der 400 mud, de heer D. v Heeren van Dubbeldam mag dus de aardappels niet afhalen. Maar er zijn menschen met durf en v. Heeren bleek daartoe te behooren. ’s Morgens had hij een autovracht geladen met aardappels voor een verbouwer(?) te Dubbeldam. Er verschenen Controleurs. De aardappels moeten terug gebracht worden bij de verbouwer. en de leege auto moest naar huis. Maar de auto reed naar den Beer in plaats van naar huis. Hij laadde daar 500 m. aardappels en bracht ze naar afslagplaats van v. Heeren, kwam weer terug en maakte dinsdag 7 reizen, zonder hinder van contrôle. De achtste vracht werd gister voor den middag gehaald, alles zonder stoornis. Gister voor den middag kreeg Adriaan zijn aardappels van ‘t land, gedeeltelijk verkocht, gedeeltelijk geput.

…En vandaag zaaide Adriaan tarwe op het zaadland. … Adriaan heeft plan om 1.9 h.l. tot 2 h.l.  tarwe per h.a. te zaaien. Dat is een afwijking van onze gewoonte in de laatste jaren. We zouden in de laatste jaren zeker niet meer dan  1 1/2 h.l. gezaaid hebben. maar dit jaar stond de tarwe beslite te dun of “te hol”, zegt men in landbouwbladen. … Nu is ‘t tegenwoordig allemaal Juliana tarwe, voreger Wilhemina, en ‘t uitsa?lingsvermogen van Jul. niet minder dan van Wilhel. En er is duisgras in ‘t land. Reeds eenige dagen na ‘t akkeren was ‘t ’s morgens tegen de zon in, te zien. Nu wil Adriaan de rijen verder van elkander houden en in de rijen wat bollen staan. Hij hoopt dan tusschen de rijen ‘t duisgras met de wietmachine te vernietigen en ‘t in de rijen, minder kans te geven.

Over ‘t benoodigde graan per h.a. voor een goed tarwe gewas is al veel te doen geweest. Mijn voorgangers op den Beer, de Oomes, zaaiden gaarne vol. Drie h.l. was het minste, als de structuur slecht was, gingen zij tot 3 1/2 hl.l per h.a. En als  zij de zaaitarwe cadeau gekregen hadden zouden ze zeker 4 of 5 h.l. gezaaid hebben. Een tegenstelling was A. in ‘t Veld, een tachtigjarige. Die zaaide tarwe in den nieuwe Biesboschpolder. In den volgende zomer zei hij tegen mij: “Ik had ze al tweemaal laten toppen (?) en nu gaat ze nog tegen den grond” Ik antwoordde: een beetje te vol gezaaid zeker, Hij zei: nee, maar 90 kop. Dus dat was bij ‘t uitzaaien van 0,9 h.l. een te zwaar gewas. Zoek dat nu maar eens uit, dat gaat van 0,9 hl.l tot 4 a 5 h.l. En nu gaat Adriaan van 1,5 tot 2 h.l. terwille van het duisgras. Ik vrees dat het verkeerd uitkomt. Als men van een vaste gewoonte afwijkt doet men dat, later bezien, meestentijd op een verkeerd tijdstip. Van de week nog zei een bevriend landbouwer tegen mij, “nooit heb ik aardappels te velde verkocht, nu ded ik het en ik zit er diep in.” Zoo iets ziet men vaak, misschien gaat ‘t met het voller zaaien eveneens.”

(UPDATE november 2009 door Grietje Keller m.b.t. duisgras: Mijn vader Jaap Keller heeft zijn neef Teunis Visser gebeld over Duisgras. De vader van Teunis Visser kende het niet totdat een combine zijn land besmet had. Hij noemt het Duist. Teunis Visser: “Je kunt er voor spuiten. Klaar”. Al schijnt het tegenwoordig resistent te zijn.)

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft in september 1940 over het verloop van de oorlog en de gebeurtenissen op de boerderij de Nieuwe Beer waar zijn zoon Adriaan de scepter zwaaide.

28 September 1940:

Morgen is het de geboorte dag van mijn Moeder. Moeder werd 29 Sept 1831 geboren en is nu al 48 jaar geleden gestorven.

Van den oorlog is er iets nieuws. Japan is in verbond getreden met Italië en Duitschland. Wat een macht, deze drie mogendheden. Mij dunkt, hier uit moet een vast verbond, Engeland en Amerika, uit geboren worden. De belangen van Japan gaan in tegen de belangen van Amerika. Dus is de driebond tegen de belangen van Amerika. Ten slotte zal ‘t weer op een wereldoorlog uitkomen. Misschien staan we nog maar aan ‘t begin van de groote ellende, een ellende die nu al voor vele ondragelijk is geworden. Laten we ‘t beste hopen.

De oorlog is nog precies zoo als verelden week beschreven werd. Het fluisternieuws zegt, dat er bij het bombardement van Vlissingen van 9 of 11 burgers bij om kwamen, zeer veel gereed liggende schepen werden vernield en zeer veel Duitsche soldaten werden gevonden en gedood. Er zou in den nacht, een roode kruistrein naar Dordrecht zijn vervoerd. De gewonden zouden overgebracht zijn in school op Krispijn en daar verpleegd worden. Maar in de kranten geen woord er over. Dus weten we eigenlijk niet eens wat vlak bij ons gebeurd.

Van de week op een avond om pl. m. 10 uur hoorden we in ‘t N. Westen fel kanongebulder. We zagen door de ramen pl. m. 10 licht stralen van zoeklichten. Wat gebeurde er? We weten ‘t niet. Zelfs geen fluisternieuws hier over. ‘t Is zeker de moeite niet waard er aandacht aan te wijden. Londen wordt nog steeds onafgebroken gebombardeerd. Wat zal er van die grootst stad der wereld overblijven? Ook Berlijn wordt steeds gebombardeerd, even als andere Duitsche steden en alle havens waar vaartuigen gereed liggen voor den overvaart. Wat een waardevernieling.

Volgens Duitsche berichten raken Engelschen bommen niets dan ziekenhuizen en arbeiderwijken, nooit eenig militair doel. Vandaar de volgende mop, die de ronde doet. Een Hollandsche arbeider zoekt werk in Duitschland. Hij vroeg waar hij te werk gesteld kon worden. ‘t Antwoord was, op niet gevaarlijke plaatsen op ‘t platteland b.v. Dank U, zei de man, het platteland is mij te gevaarlijk, daar vallen de meeste Engelsche bommen, geef mij maar een plaatsje op een munitiefabriek of wapenfabriek want die raken ze nooit.

De aardappels op den Beer zijn uit den grond en er is al een h.a. bieten gedolven en op den wal gereden. Ook werd er van de week een schip geladen met 450 m Bintjes en 400 mud Eig. poters. De bintje voor f 2,25, de poters voor f 1,80. Ook werden er 300 m. Eigenheimers verkocht voor f 3.00 maar die liggen er nog. En verder werd er een begin gemaakt met het inkuilen van jonge klaver.

Wat een prestatie, wat werd er een werk gedaan. Ik zou er zeer van genieten, ik zou ‘t er zeer goed over naar mijn zin hebben, maar Ja, natuurlijk een máár. En wel een zeer groote. Toen er een begin was met inkuilen bleek dat ‘t zuur niet was als naar gewoonte. De leverancier opgebeld. Een vergissing, ‘t is zwavelzuur, doodelijk voor ‘t vee bij gebruik. Wel, wel, daar stond alles gesteld, wagens vol klaver, wat nu. De volgende telefoon melde weer. Ophouden met inkuilen ‘t zuur is vergiftig. Wel wel. Bij ‘t begrip dat het zuur niet goed was, werd gestaakt. Toen, de telefoon melde, het zuur is wél goed, werd haastig verder gegaan, tot er weer overheen getelefoneerd werd, ‘t zuur is niét goed. Wat nu, morgen zal de zuurleverancier komen kijken. Moet al de klaver er weer uit en op den mesthoop gebracht worden? We zullen ‘t later wel hooren. En ondertusschen kwam een schip om de bieten te halen. Hadden ze die maar geladen in plaats van die vergeefsche inkuiling.

Naschrift: ‘t Zuur was niet geschikt voor ‘t inkuilen van veevoeder, wel voor ‘t concerveren van aarbeien. Maandag werd de klaver er uit gereden en op den mesthoop gereden. Wie zal dat betalen, zoete liever Gerritje. Met bekwame spoed werd opnieuw begonnen aan ‘t inkuilen van de nog aanwezig klaver.

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft over de invoering van het legitimatiebewijs en de oorlogstoestand in Nederland. Hij schreeft ook over De Beer, de boerderij die zijn zoon bestiert.

21 Sept 1940: De Duitschers zijn nog niet overgevaren naar Engeland. Engeland heeft hoop dat de najaarsstormen den overtocht zullen gaan beletten. Andere vrezen dat er gewacht wordt op stil en mistig weer. En een derde zegt, eerst moet de Engelsche luchtmacht lamgelegd worden. De vliegtuigen blijven geregeld aanvallen doen. Wat de uitslag betreft van de luchtaanvallen, of men die van Duitsche of van Engelsche kant hoort, dat verschilt zooveel, dat men tenslotte geen van beiden gelooft. Maar wel geloven we dat het in Londen gruwelijk er uit zal zien. De Engelschen zeggen “de bevolking houdt  voorbeeldig kalm”. De Duitschers zeggen “De Londenaars vluchten in wilde paniek, de regeering is wel verplicht die massa vlucht te regelen”. Dat de bevolking kalm zou blijven is moeilijk aan te nemen. De eerste minister van Engeland deelde deze week mede dat er 2000 dooden en 8000 gewonden waren. Dat zijn afgeronde getallen. Waarschijnlijk afgerond naar beneden. Hoe zou men rustig kunnen blijven, bij dergelijke gruwelen. Engeland houdt er desondanks de moed in, maar Duitschland doet en praat of Engeland al overwonnen is en houdt besprekingen met Italië hoe men verder moet handelen met ‘t overwonnen Engeland. Wee den overwonnenen!

Wij moeten angstvallig onze ramen verduisteren, we mogen ’s avonds na 10 uur niet meer op de weg zijn, zelfs niet op ons eigen erfje, we moeten binnen zijn: en nu weer: we moeten een identiteitsbewijs geregeld in de zak dragen als we boven 15 jaar zijn. Zoo’n bewijs moet van een foto voorzien zijn. ‘t Gelijkt wel een paspoort. En nu hebben de fotograven ‘t enorm druk. Want de foto’s moeten nieuw zijn, de foto’s moeten blootshoofd genomen worden, de foto’s moeten ‘t linkeroor geheel vertoonen. Er zijn er maar weinig die in ‘t bezit zijn van dergelijke foto’s. Dus nieuwe laten maken. Drie voor 25 centen, drie voor 35 centen, drie voor 75 centen, zoo luidt de reclame. Drommen menschen voor de fotograven, drommen menschen in rijen voor de gebouwen waar de legitimatiebewijzen worden uitgereikt.

Zoo als ik al eerder schreef, in de H.Waard zijn zeer veel Duitsche soldaten. Die soldaten houden dagelijks oefeningen Zij kruipen over versch geploed land, zij hollen door aardapelland en bietenland over sloten en over draadversperring. zij schieten, zoodat de boerenknechts hun paarden af moeten moeten spannen en huiswaartsch moeten gaan. Wee, ‘t overwonnen volk.

Op den Beer is ‘t rustig. Geen last van Duitsche militairen. En daar ‘t nachtvliegen hier minder is geworden en dus ook het afweer geschut is er ’s nachts meer rust gekomen. De Engelschen hebben ‘t druk genoeg de schepen en scheepjes te bombarderen die hier en daar in de havens liggen. Maar daar is ‘t slecht voor de bewoners (?). B.v. te Vlissingen, vallen veel Engelsche bommen. De Eigenheimers zijn er uit op den Beer en nu worden de B. Ster ge(?). Die kunnen er uit zijn als er aan de bieten begonnen moet worden.

Oudere Berichten »

Categorieën