Gepost door: grietjekeller | juni 7, 1913

7 Juni 1913: De bliksem sloeg in de schuur en wij brandden tot den grond toe af.


Omdat ik zelf mijn huis aan het verbouwen ben, heb ik minder tijd heb om dagboeken over te typen. Ik heb een stukje uit de dagboeken te voorschijn gehaald, dat te maken heeft met (ver)bouwen: mijn overgrootvader schrijft in dit fragment over hoe zijn boerderij is afgebrand:

7 Juni 1913: We hebben verleden week niet kunnen schrijven want een hevig ongeluk had ons daags te voren getroffen. De bliksem sloeg in de schuur en wij brandden tot den grond toe af.

’t Was heel de week warm geweest en broeiend en ’t gewone gevolg n.l. donderbuien, bleven niet uit. Telkens broeide het, overal donderde het in ’t rond, zoo was ’t ook op Vrijdag 30 Mei. Ik was ’s avonds 5 min. voor 7 uur op ’t vlasland op de 6 M. over de sluis. Er kwam uit ’t Westen een hevige bui opzetten met opvliedende zwarte lucht en hevige wind. Wij holden naar huis om voor den regen binnen te zijn. Toen wij thuis waren bleek ’t dat we voor niets zoo hard hadden geloopen, want er kwam niet veel regen en ook ’t onweer viel meê. Maar er ging een staartje van de bui door ’t Oosten heen. Daar weerlichtte ’t sterk uit en ’t onweer klonk hoog aan de lucht. De wind was inmiddels gaan liggen en boven ons bedaarde de lucht.

Ik stond met Adriaan van mijn broer Joh. buiten over de afstand van de bui te praten. Ik meende dat de bui over de Merwede hing. Hij evenwel meende de bui korter bij te moeten schatten. Om te bewijzen wie van ons gelijk had telden we de seconden tusschen weerlicht en donderslag. Drie seconden, dan weer vier, dan eens twee, kort op elkander haast onafgebroken zoo klonken de slagen na ’t weerlicht.

En toen. —– opeens —~~ daar viel niet te tellen, daar klapte iets en daar lichtte iets, beide  te gelijk. ’t Had meer van een knal dan van een donderslag. Dat is kort bij dacht we allen. Mijn vrouw kwam buiten en vroeg bedaard, slaat ’t onweer bij ons in?  Ik antwoord, wel neen, ik geloof dat ’t slaat in een boom tusschen ons en Schoonderwoerd. Maar werktuigelijk ging ik toch naar voor om te zien wat er was. Maar daar kwam al twee arbeiders aan die in de schuur zaten. Zij gilden, zij wezen, en zwaaiden als wilden, maar ik begreep dat de bliksem was ingeslagen. Even keek ik om den hoek en zag in ’t dak van de groote schuur een gat waaruit vuur en rook kwam.

Ik haastig terug en met de vrouw brachten wij ons geld en goud en papieren bij een in een zakje dat we altijd gereed hadden liggen voor ’t geval van brand. Toen verlieten wij haastig de woning want ’t werd aldonkder in huis van de rook. De vrouw en Gretha liepen naar de sluis maar ik die de brandkist nog leeg gemaakt had  er iets achteraan kwam, dufde niet meer van de rook en vluchtte langs de waterput. We durfden er toen niet meer in ofschoon we later begrepen dat we nog wel één maal naar binnen hadden kunnen gaan om ’t een of ander te halen, maar van te voren kon men dat niet weten en ook niet wagen. We redden al ons geld, maar van den kleinen Adriaan verbrandde pl. m. f 20 in zijn spaarpot. Van de meisjes was ’t geld op ’t spaarboekje geschreven.

Cor en Adriaan waren te Dordt. Toen ’t huis in as lag gingen we, de vrouw, Gretha en ik naar buurman Schoonderwoerd en we brachten daar de nacht door. Zaterdag gingen we naar ’s Gravendeel en gister kwamen we hier weer op den Beer in de woning van den knecht, die inmiddels was verhuisd naar den Buitendijk.

Later schrijf ik wel wat over de verzekering, ik heb nog niemand ervan gezien. De steê was voor 18.000 Gld (GK: vergelijkbaar met 170 383 euro in 2008) verzekerd zooals ik vernam en de afbraak werd overgedaan voor f 1000 ongeveer. Me dunkt, er kan voor 17.000 aardig wat gebouwd als men rekent hoeveel mooie gave stenen er klaar liggen.

’t Is van de week koud en nat geweest in de laatste drie dagen. De eerste aren nog broeiend en donderdachtig. Er is weinig gewied van de week want ’t heeft veel geregend. ’t Gaat weer zooals anders. De haver ’t vlas en de erwten zullen niet voldoende gewied kunnen worden want bieten en aardappels gaan voor.

’t Is wel eigenaardig dat ik dit schrijven kan voortzetten. Dit boekje en de vorige lagen in de serre. taive(?) van mij en gingen meê in de vlucht. Ook de kasboeken. Maar alle rekeningen, als ook alle zakboekjes en alle aantekeningen gingen verloren. Ik had 14 Almanakken van de H. Mij. v Landbouw dien ‘k als zakboekje had gebruikt. Daarin stond de koeienfokkerij, de schetsing der kalvers enz. zij zijn alle weg. Zoo had ik ook de Nieuwjaarsrekeningen van af 1898 zorgvuldig van ieder jaar afzonderlijk in een couvert gepakt. Ze zijn alle weg. Zoo ook de landkaarten die dateerden vanaf 1823 of 1827 dat weet ik niet zker en voor rekening van grootvader Jh(/b?) de Jongh gemeten waren. Zoo ook de kaarten van de stamboekkoeien en boeken die mij dierbaar waren en ook portretten die we nooit na kunnen laten maken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: