Gepost door: grietjekeller | april 20, 1918

20 apr 1918: Wij hebben in het geheim een schram geslacht dus hebben we spek.


Jacob Keller schrijft op 20 april 1918 over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor Nederland en hem persoonlijk: hongersnood en slachtverbod.

(…) Haver en erwten staan goed te velde. De tarwe groeit hard, behalve die bij ’t spoorhuis, die wil niet erg weg. Het koolzaad groeit prachtig, maar er is nog geen bloemetje te bespeuren.

De Duitschers kunnen ondanks hun verwoed offensief nog maar niet door de linies der Geallieerden heen slaan: En we verlangen toch zoo dat dat gebeurt omdat we hopen dat zoo’n doorbraak den oorlog ten einde zou brengen en dat wordt toch zoo hoog tijd. Want de honger, de hongersnood is al door steeds nader gekomen. Hij is ’t eerst gekomen in de arbeidersgezinnen in de groote steden, toen in die van het platteland. En nu komt hij in de huizen der gegoede stedelingen; aleen de boeren heeft hij nog niet berijkt.

We hebben nu een algemeen slachtverbod. Er wordt in Dordrecht en ook nergens anders, niet meer geslacht aan nuchtere kalveren: af en toe een noodgeslachte koe of paard. Eerst betrof het slachtverbod enkel runderen, varkens en schapen en waren de paarden vrij. Toen gaf men te Rotterdam voor een vet paard van 1000 KG levend gewicht f 1050 om ’t te slachten. Middelmatig gevleeschde paarden van het zware ras brachten 6 à 700 Gld op. Haastig werd toen het slachtverbod ook tot de paarden uitgebreid. Want anders had er spoedig geen harddraver overgeschoten. Vet is op, boter mag niet meer worden verhandeld. Wie enkel van de regeeringsartikelen moet leven en dat is de overgroote meerderheid, die lijdt honger. En dien tengevolge kwamen in de groote steden honger oproer en opstootjes voor, wien ’t der regeering gelukte nog steeds met vertoon van benodigde(?)  macht, te onderdrukken.

Wij hebben in het geheim een schram geslacht dus hebben we spek. Ook hebben we nog boter, vet en meel. We hebben ook aardappelen eieren en melk, dus nog genoeg te eten. Maar vandaag kwam er een bode per fiets van Mevr. Degens te Dordrecht om eieren, want de dame had niets meer om te eten. Overal was die bode geweest, maar nergens vond hij eieren. Huiverend voor deze treurige werkelijkheid gaven we hem 10 eieren à 15 cent mede.

De sering is nu een geelgroen gebladerde struik. De iepenboomen laten ronde blaadjes vallen op het water waar ‘tlijkt of het eendekroos is. En de linde boomen hebben nu ook blaadjes van een duimpje breed.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: