Gepost door: grietjekeller | oktober 26, 1918

26 okt 1918 Bij de dood van Ida van den Berg – Naaktgeboren.


Op 26 oktober 1918 schrijft mijn overgrootvader Jacob Keller over het sterfbed en de begrafenis van zijn schoonzuster.

Maandag ben ik ter begrafenis geweest. De halve zuster mijner vrouw Ida Naaktgeboren, gehuwd met Jan v.d. Berg, werd begraven. Ongeveer 4 maanden geleden kreeg deze 54 jarige vrouw duizelingen die zoo erg werden tot ze tegen den grond sloeg. Er deden zich thevens verlammingsverschijnselen voor. Er werd consult gehouden met Dr. v. IJzeren uit Dordt en er werd besloten tot een schedeloperatie. Die operatie had te Utrecht plaats. Daarna werd de patiente vervoerd naar Heinenoord waar haar zoon en dochter op een boerderij woonden. Ze werd daar heen gebracht omdat ze daar vlak naast een bekwaam dokter woonen. En in haar eigen woning onder de Schenkeldijk woonde ze ver van de geneesheer af. Spoedig na de operatie begon op ’t opengelegde deel van den schedel een gezwel te ontstaan. Dat gezwel werd langzaam maar zeker grooter en grooter. Op ’t eind van haar leven had ’t een grootte bereikt van ongeveer 1/2 Liter inhoud. In den loop van den zomer heeft men haar nog naar “(onleesbaar?)” het Rotterdamsche ziekenhuis gezonden, waar het gezwel met R. stralen werd behandeld maar ’t heeft blijkbaar geen resultaat gehad, want de dood is gevolgd.

Tijdens de begrafenis was het stil weder met onafgebroken motregen. Alles was slijkerig, viezig, nattig, kil en koud. De Genestet sprak van “kliemerig”. Ik reed alleen weg want de vrouw was nog niet genezen van haar maagbloeding. Op ’s Gravendeel laadde ik op, mijn vrouws vader en moeder en tante Elsje. De 82 jarige oude heer, zat nog kaarsrecht naast me voor in ’t rijtuig. Hij ging zijn 12de kind grafwaarts vergezellen. Hij rookte bedaard zijn pijpje, noemde het wëer afschuwelijk en zeide zich niet voor te kunnen stellen hoe de boeren ooit klaar zouden komen met hun veldarbeid. Van ’t sterfhuis af, reed hij mede met de stapvoets volgende rijtuigen. Liep daarna mee grafwaarts, hoorde schijnbaar onbewogen de lijkrede van den dominee aan en stapjte toen thuis, zijn hooge leeftijd als verontschuldiging, dat hij weer niet zoo als wij mee terug ging nar ’t sterfhuis. Nu we allen vonden dat het toch al een kras stuk was voor een 82 jarige.

Advertenties

Responses

  1. Allemaal prachtstukjes!
    (Mijn opa ,een groot bewonderaar van De Genestet, had het ook over kliemerig weer!)

  2. Dank voor de info over De Genestet. Even gegoogled:

    Boutade.

    O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen,
    Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
    Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen!
    Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp

    O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,
    Van kikkers, baggerluî, schoenlappers, moddergoôn,
    Van eenden groot en klein, in allerlei fatsoenen,
    Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!

    Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen
    Tot modder; ‘k heb geen lied, geen honger, vreugd noch vreê.
    Trek overschoenen aan, gewijde grond der Vaderen,
    Gij – niet op mijn verzoek – ontwoekerd aan de zee.

    Nov. 1851.

    P.A. de Genestet (1851)


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: