Gepost door: grietjekeller | april 24, 1937

24 April 1937: Ik haalde al terloops aan dat Adriaan donderdag trouwde.


Mijn overgrootvader Jacob Keller, boer op de Nieuwe Beer op het eiland van Dordrecht, schrijft over het huwelijk van zijn zoon Adriaan (mijn opa) en Gré van Dijk (mijn oma). Gré kwam uit Rotterdam en was onderwijzeres, mijn opa Adriaan was doofgeboren:
24 april 1937

Ik haalde al terloops aan dat Adriaan donderdag trouwde. Wij zagen zeer tegen deze plechtigheid op. Het valt al niet mede op ’t platteland, maar nu in zo’n grote stad! (…) En een ambtenaar die een keurige toespraak hield. Eenvoudig en roerend. En wij zaten erbij, innig verblijd en innig gelukkig, maar dachten aan het schriftwoord verheugd U met beving. Als ik bedenk wat ’t den normale mensch kost een boerderij met 80 ha te bestieren, dan voel ik de beving als ik aan Adriaan denk.

Nooit is bij ons opgekomen, de gedachte aan de mogelijkheid dat Adriaan ons op zou kunnen volgen. Ja, als hij eens een goede vrouw kon krijgen, dan mogelijk wel. Maar hoe vindt hij die? En nu ineens is ’t gebeurd en staat alles kant en klaar. Men leest in ’t scheppingsverhaal dat de Schepper noodig oordeelde dat ’t Adam ‘een hulpe van tegenover hem’ kreeg. En door Zijn almacht gaf Hij hem die hulpe. En nu is ons geloof te zwak om ’t uit te spreken, zelfs te zwak om er over door te denken. En toch en toch, ’t komt telkens bij ons op, de Heer zag dat ’t niet goed was dat Adriaan alleen was, dus gaf Hij hem een hulpe tegenover zich. Ja, dat zijn zoo maar oogenblikken. Iedere zielkundige weet dat wel. ’t Volgende oogenblik is ’t weer, wat moet er van komen. Zal hem de strijd om ’t bestaan, struggle for life, niet te zwaar vallen. Zal die hulpe tegenover hem, ’t vermoeiende om met een doove om te gaan niet gaan vervelen.

En zullen zij de zoo hoog noodige zuinigheid wel steeds betrachten. Dat laatste namen zij zich stellig voor, maar ’t lijkt er nog niet veel op. Telefoon, we deden ’t steeds zonder. Ik geef toe, de tijden veranderen en brengen meer behoefte aan die dingen. Maar, ’t is elke maand zooveel. En nu een huwelijksreis naar Zwitserland. Voor stadsmenschen iets heel gewoons en heel natuurlijks, maar voor ons een ongehoorde luxe. Wij zijn er gewoon mee verlegen. Wij doen er leugens voor. We zeggen ze zijn naar Friesland, tegen andere, ze zijn naar Brussel. Stel dat ’t nu eens niet gaat regenen. Dat we de volgende week te velde moeten. Dan is er groote behoefte aan een kracht als Adriaan, die de tractor klaar maakt, die de schijvenegge stelt, die lastige veulenpaarden mee inspant, die overal tegelijk is en een stuwkracht is. En dan staat de oude baas alleen en zijn zoon vaart op ’t meer van Genve of klimt met een bergspoor naar de top van de Montblanc. En de fam. van Dijk (ouders van GrŽ. GK) bracht hier lits jumeaux en stelde die in de kleine voorkamer op, of prins Bernard met Juliana te logeeren verwacht wordt. En daar moet de boer met zijn vrouw slapen. Ik betrap mij er op, dat ik af en toe onbewust ’t refrein van zoete lieve Gerritje loop te neuri‘n. Wel een bewijs dat er afwisseling is in onze stemming. (…) Maar hoe ik ook zij of hoe ’t ook wordt ik kom aan ’t einde van overzicht schrijven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: