Gepost door: grietjekeller | september 14, 1940

14 sept 1940: En hoe zal ’t nu eindigen? Spoedig weer benzine of komen de paarden terug?


Jacob Keller, mijn overgrootvader, is in 1940 gepensioneerd landbouwer en woont in Wieldrecht. Zijn zoon Adriaan runt sinds zijn huwelijk in 1937 de boerderij De Beer. Op 14 september 1940 schrijft mijn overgrootvader in zijn wekelijkse verslag herinneringen over hoe de paarden zijn verdrongen door de auto en over de oorlogsituatie:

Mijn verkoudheid blijkt hardnekkig te zijn. Ik hoest weer volgens de oude methode. (…) Fietsen durf ik niet, ik ben maar eenmaal op den Beer geweest. (…) Morgen komt Adriaan. Ik zal blij zijn als hij komt. Ik gevoel met hart en ziel verknocht te zijn aan den beer en zijn bewoners. Hoe kon ’t ook anders. De Beer was voor mij een uitkomst in 1895. Het maakte geheel  onverwacht een einde aan een toestand die onhoudbaar dreigde te worden. Ik bedoel ’t inwonen bij mijn broer, wiens huisgezin op vermeerderen stond. En in 1899 werd ik pachter, tot 1937. Zou ’t anders kunnen dan dat ik al wat op den Beer gebeurt, met groote belangstelling volg.

De oorlog nog hetzelfde. Alleen is er verandering ten goed met ’t nachtelijke afweergeschut. Dat hebben we van deze week en vooral in de laatste nachten weinig gehoord. En toch hoorden we telkens vliegmachines. De vliegaanvallen op Londen gaan onverminderd door. Wat een enorme schade zal die groote stad al wel geleden hebben. ook gaan de Engelsen verder et ’t bombardeeren van Duitschland. Berlijn en ’t Roergebied waren zoo in staat van verdediging dat er nooit een vijandelijk vliegtuig boven zou kunnen komen. Maar zeker maar. Volgens ’t fluisternieuws zijn Keulen, Aken en Hamburg plat gebombardeerd en zijn in Berlijn de Knooppunten der spoorwegen vernietigd. Volgens ’t fluisternieuws drijven volop doode paarden, soldaten en wrakhout aan, vooral op ’t eiland Rozenburg. Het is een feit dat de Duitschers enorm veel vaartuigen van allerlij soort en grootte gereed hebben liggen voor den overtocht. En ook dat er veel van die vaartuigen ingeladen zijn om zoo langs de Belgische kust van lieverlede naar ’t Kanaal te varen omdan tegelijk over te steken als ’t sein gegeven wordt. En nu houden de Engelsen zich onledig door bommetjes op die schepen en scheepjes te werpen. Vandaar die lijken langs ’t strand. Vandaar dat er niemand na tien uur buiten mag. In den nacht kunnen Duitsche troepen veel opredderen. En als ze ’s nachts niet klaar komen kunnen ze tegen den morgen ’t strand afzetten en de nieuwsgierigen op een afstand houden. Want van doode Duitschers mogen wij niets vernemen. Daar komt geen woord van in de krant. En de omroepen voor de radio gelijkt wel een gepo(?) Duitsche militair. Vele luisteren daar in ’t geheel niet meer na. ’t Gaat steeds over Duitschlands oorlogvoering. Die wordt steeds hoog geprezen. Engeland is steeds als geheel verloren te beschouwen. Berichten binnenland meestentijds in het geheel niet en zoo ja, dan een ongelukje dat al in de krant staat. En fluisterberichten zijn meest niet waar en ieder geval gevaarlijk.

Een praatachtig politieagent vertelde tegen een vreemde meneer, dat hij gehoord had van dienstweigering in het Duitsche leger. Treinen vol dienstweigeraars gingen onder gewapend geleide naar Duitschland. Verder had hij van hongeroproep gehoord in Duitschland en nog veel meer. Toevallig was die vreemde meneer een NSB’er. Die bracht hem aan en de Duitsche politie veroordeelde den agent tot 1 1/2 jaar gevangenis straf. We moeten dus uitkijken met het fluisternieuws. De N.S.B.’ers vieren hoogtij. Ik hoorde van een oude Jood dat hij een bekend boeren N.S.B.’er opzocht en hem smeekte om meêdoogen zoodra hij de macht in handen zou krijgen.

Maandag werd de schrijver 68 jaar. Alle kinderen en behuwd kinderen kwamen op bezoek, behalve Cor. Krijn was per fiets gekomen maar voor Cor is ’t wat te ver. ’t Is een moeilijk geval. Autorijden is onmogelijk geworden Klepperpaarden en rijtuigjes zijn er ook haast niet meer. En wat gek is, al zijn die paarden en rijtuigen wel aanwezig dan is ’t toch nog maar een enkeling die er meê rijden wil. ’t Is iets van een voorbijgegane tijd. Trouwens, ik heb dat al veel vroeger geconstateerd. Vroeger spanden er bij Korndörffer in den Gr. Spuistraat pl. m. 25 boeren hun paarden uit. Een zeer drukke dag wel een 34. In tijden van hooien en mennen weer minder dan 25. Maar daar kwamen de auto’s. De paardenmannen reden niet meer. Die met een bus kon komen, deed dat. Die met een auto rijden kon mederijden, deed dat. Maar hij, die beide gelegenheden miste gaf toch ’t rijden op met paard en (?). Hij stapte op de fiets. De vrouwen gingen niet meer op Vrijdag, maar een andere dag naar Dordt en werden dan door hun mannen gehaald en gebracht. ’t Leek wel dat men beschaamd was, dat men zich met paar en rijtuig moest behelpen in plaats van met een auto. En hoe zal ’t nu eindigen? Spoedig weer benzine of komen de paarden terug?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: