Gepost door: grietjekeller | juni 17, 1944

17 juni 1944. Weekoverzicht Adriaan Keller

17 Juni
Eerste dagen goed weer maar laatste dagen weer veel regen, vooral vandaag zeer koud storm en regen uit het Noorden.
Temp F52 heel den dag.

Dan volgt een lang stuk over het spruiten planten, vuile uien, dat wil zeggen uien met veel onkruid en nog veel meer werkzaamheden op het land. Maar dan staat er, vanaf hier integraal:

Onze Jaap is Donderdag jarig geweest.
Hij is drie jaar 93 cm lang 30 pond weegt en ziet helder uit en verstandig en kalm.
Hij praat goed tegen mij en gaat graag mee naar het land.
Zeer veel visite geweest 16 kinderen hier geweest poffertjes gegeten en zeer veel cadeaus en 62 kaarten ontvangen en dan nog twee dagen bezoek en mijn vader en moeder heel de week hier logeeren.
Niet veel nieuws. In Frankrijk gaat zeer langzaam vooruit en zeer hevig gevochten in de courant schrijft over vergelding al twee jaar gewacht en nu eindelijk gekomen met raketbom vanaf de kust afgeschoten met radio bestuurd zoo in Engeland neer gekomen.
Engeland lacht meteen uit en zegt geen geheim wapen zeer oud uitvinding.

(Getranscribeerd in 2016 door zoon Jaap Keller)

(Ge

Gepost door: grietjekeller | juni 17, 1944

17 juni 1944. Weekoverzicht van Jacob Keller

17 Juni.
Wij zijn gelogeerd geweest op den Beer. En wel van maandag middag tot vrijdag avond. De kleine Jacob was de 15e jarig en dat gaf op den Beer veel drukte, ook voor ons, de logeergasten. Die kleine jongen is een aardig lief ventje. Hij weegt precies 30 pond en is 93cm lang.
Hij praat al honderd uit en hij heeft aanleg om te brouwen. Toch kan hij de letter r goed genoeg uitspreken.
Op een morgen werden er gekookte eieren binnen gebracht. Er was er een van stuk gegaan bij het koken en die had de andere wat besmeurd. De kleine jongen zit er wat mistroostig naar te kijken en zegt toen spontaan, “Ajakkes mammie” en na een oogenblik
“rare Dina toch hè mammie”. Wel begrijpend dat het dienstmeisje, Dina, er schuld aan had.
De cadeaux die hij op zijn jaardag ontving waren vele. En er is niet dan voor veel geld kinderspeelgoed te koop. Verder ontving hij 62 ansichtkaarten
’t Merkwaardigste cadeau was een grammofoon plaat, speciaal gemaakt voor een opname van de felicitatie voor den driejarige. Dat teekent de nieuwe tijd.
Door het afwezig zijn, is de weeropname deze week niet volledig. Maar het was een week met weinig zon, met koude noordenwinden en af en toe nogal wat regen. Vandaag was de hoogste temperatuur 56 °F. De ochtend-temperaturen waren van 52 °F tot hoogstens 58 °F. Alleen de middag temperaturen kwamen even boven de 60 °F behalve vandaag en gisteren.
Dinsdag zette Adr. zijn hooi op de ruiters. Het was nog niet best en bij de laatste ruiters regende het er nog bij ook.
Op de 6 M. (zes morgen, een stuk land dat zes morgen groot is.  Met een morgen werd een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Iets minder dan een hectare. Eén morgen is 600 roe.  J K) in de bieten heeft hij schandalig veel onkruid te staan. Hij had hij uien gezaaid en heeft daar ook de helft weer van uitgeploegd wegens dunne stand en veel onkruid.
De D. Vier macht heeft twee mom van hem opgeëischt en telkens is het wat met ’t volk. Op een morgen mogen zijn Braber’s niet over de brug omdat het groot alarm was.
Vier mannen heel den dag weg! En dat, als men vuile  bieten heeft. De bieten op de hoekwei over de sluis en op de derde wei achter de stêe staan best en zijn wel boven het onkruid te houden maar op de 6 morgen loopt alles tegen. Tarwe staat ook goed haver en zomertarwe ook. De capucijners op de Zandkāa staan vrij goed voor zoover er verleden jaar aardappels stonden en zeer mager daar waar bieten hebben gestaan. Het koolzaad vooral op het Hoekstuk spoor, staat mager.
Het is getaxeerd op nummer 16 terwijl nummer 10 het gemiddelde is.
Maar dat is wel al te laag.

De oorlog.
De Engelschen maken langzaam hun terrein in Frankrijk grooter maar zij lijden zware verliezen.
In Italië gaat het langzaam in noordelijke richting. De Russen doen nog zeer weinig, alleen wat in Finland.
Nu het geheime wapen.
Duitsland heeft er zo lang mee gedreigd. Niemand geloofde er aan. Maar het schijnt dat het er nu is.
Engeland wordt namelijk aangevallen door een onbestuurd vliegtuig of liever een onbemand vliegtuig, ofwel één van af de plaats van afzending bestuurbare bom. Er is nog niet veel van bekend.
De ene kant schrijft, de bom vliegt zeer snel door de lucht en laat op de dag een rookstreep achter en ’s nachts een lichtstreep.
Bij het doel aangekomen stopt hij en ontploft en veroorzaakt dan ontzettende branden. Het eene bericht spreekt over geluidloos en het andere van een oorverdovend  lawaai. Wat zal dat nu weer baren.
Is het een verwoestend wapen of valt het wel mee? Is het niet af te weeren of is het gemakkelijk te keeren? Wij zullen er spoedig meer van hooren.

Gepost door: grietjekeller | juni 10, 1944

10 juni 1944. Weekoverzicht Adriaan Keller

Eindelijk lang verwachte invasie gekomen in Noord Frankrijk.
Geland met een geweldige overmacht van vloot en luchtmacht. 11.000 vliegtuigen, eerst bombarderen en 200 mijnenvegers.
1360 scheepskanonnen en 4000 vaartuigen voor de landing.
Zweefvliegtuigen zijn het nieuwe (geheim) wapen 100 personen erin met volledige uitrusting en zelfs zwaar pantserwagen.
Juist op die dag volle maan en veel wind en slecht weer.
Schitterend goed geslaagd. maar 2 vliegtuig twee torpedo jagers en nog enkele vaartuig niet teruggekeerd  beteekent niets.
maar er is zeer zware verbitterd gevechten van man tegen man.
Hoe is dit mogelijk den Duitscher gaat liever dood dan vechten of bang.
Ik had niet verwacht en ik dacht dat het zoo afgeloopen maar mis(schien?) nog wel maanden duren.
De Engelschen zegt drie maanden Europa zal vallen.
5 dagen later in Rusland offensief tegen arme Finnen die  4 maal in oorlog gevochten, eerst tegen Rusland en toen Duitschland en toen weer samen tegen Rusland en nu alleen.
Wel 2 maanden rust in Rusland maar zeer groote (voor?)bereiding.

Gepost door: grietjekeller | juni 10, 1944

10 juni 1944. Weekoverzicht Jacob Keller

10 Juni. Van 58-66 °F nog al zonnig, maar westenwind. dat was op zondag. Maandag van 58-65 °F. In de morgen nog al geregend, maar later wel gedroogd. Dinsdag, regen achtig, des ’s nachts te voren regen en onweder. Woensdag. 52-60 °F.  ’s Nachts en tot den middag nog al wat geregend. Donderdag van 53-58 °F. Veel geregend. Vrijdag, de ’s nachts en verder tot vier uur in de namiddag, vrijwel onafgebroken geregend en daarna opgeknapt. Vandaag van 56tot 59 F, vannacht weer geregend maar verder, ondanks slechte barometerstand, boven verwachting droog gebleven. Alzo een week met veel regen. Het is aangeregend. Maar ook een week met lage temperaturen en onophoudelijk stijve tot felle westenwinden. Niet groeizaam geweest. Er wordt verlangd naar droogte en naar de zon. Het aantal uren zonneschijn is zeer weinig geweest. Adriaan heeft zijn malsch gemaaid gras nog tegen den grond liggen. En hij heeft een paar  bunder uitbesteede bieten die zeer vuil geworden zijn. De laatste dagen zijn er geen wieders in het land geweest. Vandaag weer naar Wieldrecht geweest om aardappels te delven. Nu voor de derde maal. De 19 grootste wegen nu een kilogram. Even zwaar als verleden  jaar op 24 mei. Dus we zijn een heel eind achter. De  bieten zijn ook een heel eind achter. Die op gescheurd weiland staan, als derde of vierde gewas, die hebben ’t land in, maar op gewoon bouwland zijn er genoeg die pas maar gehakt zijn en pas gedund of zelfs nog gedund moeten worden. Eerst leden die van de droogte en nu, nu er volop regen gevallen is, nu is het weer te zonloos en te koud om zich vlug te herstellen. Van den oorlog is er nu nieuws genoeg. Ten eerste, Rome is gevallen, aldus zitten de Engelschen in de hoofdstad van Italië. En als de hoofdstad gevallen is, dan valt ook het land wordt vaak beweerd. En dan het allerbelangrijkste nieuws, dat bekend werd kort na den val van Rome, dat is dat de invasie begonnen is. Dinsdagmorgen vroeg zijn de EngWafelijzer Koenicelsen en de Amerikanen geland in Frankrijk in de taille. En nu natuurlijk geheel onverwacht. ’t Zou gebeuren met donkere maan want de vloot moest onzichtbaar blijven en nu, het was dinsdag volle maan. ’t Zou gebeuren met prachtig stil weer, natuurlijk, zoo lang moesten ze wachten. En dinsdagmorgen stormde ’t en ’t regent ’t het groot en ’t was zeer koud. En dan, ze zouden natuurlijk niet landen kort bij Engeland want daar was de kust zoo versterkt dat ’t onmogelijk zou zijn dat er ooit één, levend, aan wal zou kunnen komen. Neen ze zouden b.v. In den Balkan moeten landen. Maar zij landden juist op de meest versterkte plaats. En niet zoo maar een paar mannetjes, maar met duizenden tegelijk. Zij kwamen met zweefvliegtuigen, er kwamen parachutespringers  en zij kwamen met oorlogsschepen. Een ongelooflijk waagstuk, een ongelooflijke kracht prestatie, onverklaarbare heldenmoed. De verbaasde Duitschers die spraken van den Atlantik-muur waar ze veilig achter waren, zeggen nu, de Atlantik-muur was maar bedoeld als golfbreker en niet om de invasie te keeren. En de Duitschers  die steeds beweerden, dat, als er bij een invasie, onverwacht, enige troepen aan land zouden komen, die dan spoedig in zee gedreven zouden worden. En nu trekken ze terug want de Engelsen hebben, hoe is ’t mogelijk, honderden tanks meegebracht van zeer zware, tot zware, tot lichte. Tankbrigades vallen met succes de Duitschers aan. En de verbaasde Duitschers zeggen, we kunnen hun gemakkelijk vernietigen maar we laten ze eerst maar eens aan wal komen om ze dan daarna definitief te verslaan. Wij vreezen dat ook wij ons portie zullen krijgen van de invasie en dat we in den druk zullen komen. Wij leven bange dagen. Vrijdagavond 11 uur kwam mevrouw Holtrop van de notaris haastig mededeelen, Dat de Engelsen in Nederland geland waren en wel te Vlissingen te Den Helder en te Delfzijl. Het was vanmorgen al zeker 10 uur voor we wisten dat het niet waar was en dat het loos alarm was geweest. Maar dien  nacht sliepen we niet rustig. Wij verlangen naar een invasie omdat we hopen dat dan de oorlog spoedig over zal zijn en we vreezen de invasie omdat we bang zijn dood gedrukt dus zullen worden tussen twee sterke machten. De slachtoffers die nu in Frankrijk sneuvelen zullen er velen zijn.

(Getranscribeerd in december 2016 door zijn kleinzoon Jaap Keller)

Mijn overgrootvader Jacob Keller (1872 – 1956) haalt herinneringen op aan de Nieuwe Beer. Dit boerenbedrijf waar hij tot en met 1937 boerde, is niet de plek waar hij opgroeide. Op de Beer werd door familie van hem geboerd, en hij heeft dit (pacht)bedrijf in het laatste decennium van de negentiende eeuw kunnen overnemen. Hij haalt hier herinneringen op van 55 jaar daarvoor, dus over de Beer in in de jaren tachtig, toen hij nog een kind was.

Andere tijden, andere mores: nu kan ik alleen met afschuw lezen dat mijn overgrootvader vol enthousiasme schrijft over het schieten op beschermde soorten zoals aalscholvers, roerdompers en waterhoenen!

16 Nov 1940: De storm heeft behalve een 500 dakpannen ook in de boomgaard zijn sporen nagelaten. Een kroosjesboom en een prinszoet appelboom zijn omgewaaid.

Toen ik een kind was, was de Beer voor mij een eldorado. Dat was de groote boerderij waar de “Nooms” woonden. daar hoorde ik mijn moeder niets dan goed van vertellen. Wij hadden regenwater of slootwater. In den zomer waren beide slecht. Maar op den Beer kwam 2 maal in de 24 uren een getij, heerlijk versch buitenwater. Als er op de Beer aardappels of tarwe stroo verkocht werden dan kwam de schipper met zijn schuit tot vlak voor de deur.

En dan de boomgaard, 55 jaar geleden, ik zie hem nog voor mij. Een kersenboom, langs de sloot tuschen de tuin. Aan de zelfde sloot een eindje verder, een kriekenboom met een kroon, zoo zwaar, dat ’t er donker onder was. Op den hoek bij de vliet een witte pruimenboom. Verder langs de vliet een groote eierpruimenboom, dan wat wilde steenvruchten en dan een kroosjesboom. Daar haalde we in ons eerste huwelijksjaar drie kwartmanden kroosjes af. En dan drie juttepeeren. De grootste was, van onze woning aan den straatweg af, te zien. Ook stonden er twee vijgenpeeren in dien boomgaard. Volgens moeder was ’t aroma van de vijgenpeer, alles overtreffend. De vijgenpeeren staan er nog, die bijn bij de 200 jaar. Maar die drie groote jutten zijn geveld. De kers, de kriek, de witte en eierpruim eveneens. En nu de kroosjesboom langs de vliet. Die langs de wei, is nu de eenig overgeblevene. En ’t buitenwater is veel van zijn heerlijkheid verloren, door de dam die in 1912 werd gelegd. De doorstroom was weg, ’t werd een doode hoek. De schippers kunnen nog altijd op ’t erf aanleggen, zij halen bieten en brengen pulp. Misschien dit jaar wel voor ’t laatst. Sic transit gloria mundi.

Nog wat. Toen ‘k een jongen werd die graag een jachtgeweer hanteerde, toen leek mij de Beer, ook in dat opzicht een eldorado. Wat was er te schieten daar op den Braber aan den straatweg! Maar op de Beer! daar kwam de aalscholver tot vlak bij de wooning, wilde eenden en talingen waren van ’t erf af te schieten. Rijgers kwamen daar in de boomen, roerdompers en waterhoenen wandelden door ’t riet. Wat een heerlijkheden om zich te oefenen in het schieten.

En dan visschen! Bij de sluis was in den herfst volop paling te vangen. Het visschersgat was af te zetten en er waren in den rij tijd karren vol brasems te vangen. Nu is ’t visscen afgeloopen. De polder wordt bemalen, en daardoor hield de lsuis op te zijn wat hij voor de palingvangst was. En ’t Visschersgat werd te ondiep, na ’t leggen van den dam in 1912 (en ook al daarvoor) zoodat er geen schoolen brasems meer opliepen zoo als vroeger. Nu is er zelfs in ’t gat ook geen paling meer te vangen. Te ondiep, het gat ligt te lang droog. Alzoo overal achteruitgang van romantiek. Die trouwens voor ’t grootste deel in mijn verbeeldings bestond. Het schiten is ’t langst gebleven. Nu zijn door de Duitschers de geweren gevorderd, dus is ook dat bij ’t verleden. Maar ’t is nog niet zoo lang geleden dat ik in deze overzichten een doublet op wilde eenden beschreef. Verder schoot ik wel duikers, eens een witte zwaluw, welke opgezet werden en nu nog hier of daar ten toongesteld staan.

Maar moge dan ’t romantische achteruit gegaan zijn, het practische zeker niet. Toen ik vanmiddag bewesten de Vlaakweg wandelde en die strooken land zag van kaâ tot kaâ, dat ’t water diep in de sloot was weggemalen, toen, ik dacht wat een vooruitgang. Toen de Kl.>.Sm 26 meter had en de Gr.L.Sm 24 meter. Vergelijk nu ’t ploegen van 26 meter, van uim 4 h.a. met drie paarden een smet een strook van 4 ha van kaâ tot kaâ. Vergelijk het ploegen op de A. de Jonghen, van de eerste wei tot de Beerekaâ eens met vroeger, toen er dertig meter op waren en twee dwarsslooten. Bij die verbeteringen valt ’t verkleinen van veel romantiek, in het niet.

Van den oorlog geen nieuws (…)

Vrachtwagens  rijden weer met bieten en pulp an en aan. Verbruiken volop benzine, terwijl de rijkste mijnheer zijn auto moet laten staan, omdat hij geen benzine krijgt, geen benzine koopen moge. De landbouw wordt voorgetrokken. Adriaan kreeg 400 liter benzine voor de tractor, prijs 21 centen, krijgt laer 7 centen geretourneerd, dus kost 14 cent. In de sluikhandel kost de benzine f 1.,00 per liter. Wat moet men er in den sluikhandel mee doen? wel een dokter en veearts en nog enkele ander menschen mogen autorijden. Zij krijgen een toewijzing van benzinemaar zoo weinig dat ze maar zeer weinig k.m. kunnen afleggen. En die menschen geven geld tot f 1,00  voor een liter.

Mijn strijd tegen de vallende bladeren is gestreden. Geen iep, geen wilg, geen canada, geen appel of perenboom, heeft ook maar één blaadje behouden na de hevige storm in de afgeloopen weerk. En ’t eendeskroos is weg.

Jacob Keller schrijft op 12 october 1940 in zijn weekverslag over het verloop van de oorlog: inkwartiering en het verbod op auto rijden.

De oorlog nog steeds ’t zelfde. Nog veel Duitschers ingekwartierd te ’s Gravendeel tot en met zwager M. Visser toe. Ergernis verwekt hun onmatigheid. “Ze zuipen as kruiers” zeggen de ’s Gravendeelers. Ze snoepen als kinderen zeggen anderen. Ze koopen de fijne waren uit de winkels weg zeggen derden en die sturen ze naar Duitschland. men zegt dat gewone soldaten f 17 a f 18 soldij per week hebben boven de kost, dus er kan heel wat kapotgeslagen worden. [GK: In 2009 is dat vergelijkbaar met 125,50 euro] Waarom zouden zij sparen, morgen sneuvelen zij misschien. Spottend zeggen zij, we wisten niet dat Luilekkerland zoo dicht bij Duitschland gelegen is.

De Engelschen bombardeeren bijna iedere nacht de havens langs de kust. Amsterdam, Rotterdam, Vlaardingen en den Helder werden gebombardeerd en weer vele onschuldigen zijn als slachtoffer gevallen. Ontroerende verhalen over die slachtoffers in kranten, maar wat de bommen troffen dat als mikpunt bedoeld was, daar over geen woord. Landen dag voor dag gebombardeerd. En dagelijksch veel Engelsche bommenwerpers over Duitschland. Wat een moedwillige vernieling en vermoording. En alles wijst er op dat de oorlog gaat uitbreiden. De verhouding tusschen Amerika en Japan wordt dagelijksch minder goed, in den Balkan kan het haast niet langer rustig blijven.

Woensdag gingen we onze schoonzoon feliciteeren. Krijn Visser was 50 jaar geworden. We reden met ons zessen, Adriaan en H. Reedijk met hun vrouwen ook mede. De taxi kostte mij, van halen en brengen f 9,80 [GK: in 2009 staat dit gelijk aan 70,28 euro] Toen ik bij Krijn was, bestelde ik een taxi van Klaaswaal om naar Goudswaard te gaan. Dat kostte 32 k.m. a 10 cents en 50 cent wordt f 3,80 [vergelijkbaar met 27,25 euro in 2009]. Alzoo voor mij een dure dag. Er is haast niemand meer die auto mag rijden. Die ’t wel mogen zoo als dokters en veeartsen en nog enkele andere, krijgen zóó weinig benzine, dat ze toch er nog veel bij moeten fietsen. Taxis mogen nog rijden, maar de reizigers moeten kunnen aantonen dat hun reis dringend was en niet anders kon dan per taxi. Als we aangehouden waren bij onze reis naar Krijn hadden we vermoedelijk een proces verbaal gekregen. ’t Zou moeilijk vallen te beroepen dat die reis noodzakelijk was. Ik las in de krant, dat in den Haag op een dag minstens 40 personen een proces verbaal kregen omdat ze zich per taxi naar hun stamcafé lieten vervoeren. ’t Bezoeken van een café is geen noodzaak, dus hadden zij er op een andere manier moeten zien te komen.

12 Oct 1940 ’t Weer is goed geweest deze week. (…) ’t Zou een geluk zijn als ’t weer nog zoo wat bleef. Dan zouden bieten en mongels(?) gauw geredderd (?) zijn en kon alle krachten van de paarden op het ploegwerk geconcentreerd worden. Want de tractor staat stil. Petrolium is er haast niet meer en de benzine is zeer schaars. De smokkelbenzine wordt tot 55 cent per liter verhandeld [GK: vergelijkbaar met 3,94 euro in 2009]. Als men ’t geluk heeft benzine toegewezen te krijgen kost die,  meen ik, zo eender. Dus, zelfs al was er benzine voor de tractor, zou ’t ploegen toch zeer veel kosten. Maar met paarden ploegen kost ook niet weinig. Paarden worden weer zeer duur. Ik denk dat als men nu op ’t oogenblik een viertal flinke ploegpaarden (geen stamboek) zou willen aanschaffen men pl.m f 3500 noodig zou hebben [GK: vergelijkbaar met 25.100 Euro in 2009]. Bedenk dat er geen haver te koop is en men de zelfverbouwde grootendeels moet inleveren en men maar matig paardenkoekjes toegewezen krijgt dan kan men nagaan dat ploegen met paardetractie ook veel kost. Maar ja, als de winter niet invalt zooals nu twee jaar aan elkander en ’t regent niet al te veel, dan schiet ’t ploegen toch wel langzaam op, als aardappels en bieten geredderd zijn. Dan kost ’t elken dag een beetje in, tot ’t ten lang leste gebeurd is. Maar heel de winter die bemodderde zweetende, vermagerde paarden op stal, dat is iets waar ondergeteekende een gruwel in zag.

Jacob Keller, gepensioneerd boer op het eiland van Dordt, beschrijft in zijn weekverslag het reilen en zeilen op de boerderij van zijn zoon Adriaan en andere zaken, zoals de oorlog.

5 Oct 1940.

…Maandag verkocht Adriaan een 1 1/2 jarige merrie aan Nieske Middelkoop voor f 420. …

Er waren nog 400 mud Eigenh. van verkocht voor f 3,00 per 70 k.g. Ondertusschen werd er een verbod afgekondigd voor ’t vervoeren van aardappels. De kooper der 400 mud, de heer D. v Heeren van Dubbeldam mag dus de aardappels niet afhalen. Maar er zijn menschen met durf en v. Heeren bleek daartoe te behooren. ’s Morgens had hij een autovracht geladen met aardappels voor een verbouwer(?) te Dubbeldam. Er verschenen Controleurs. De aardappels moeten terug gebracht worden bij de verbouwer. en de leege auto moest naar huis. Maar de auto reed naar den Beer in plaats van naar huis. Hij laadde daar 500 m. aardappels en bracht ze naar afslagplaats van v. Heeren, kwam weer terug en maakte dinsdag 7 reizen, zonder hinder van contrôle. De achtste vracht werd gister voor den middag gehaald, alles zonder stoornis. Gister voor den middag kreeg Adriaan zijn aardappels van ’t land, gedeeltelijk verkocht, gedeeltelijk geput.

…En vandaag zaaide Adriaan tarwe op het zaadland. … Adriaan heeft plan om 1.9 h.l. tot 2 h.l.  tarwe per h.a. te zaaien. Dat is een afwijking van onze gewoonte in de laatste jaren. We zouden in de laatste jaren zeker niet meer dan  1 1/2 h.l. gezaaid hebben. maar dit jaar stond de tarwe beslite te dun of “te hol”, zegt men in landbouwbladen. … Nu is ’t tegenwoordig allemaal Juliana tarwe, voreger Wilhemina, en ’t uitsa?lingsvermogen van Jul. niet minder dan van Wilhel. En er is duisgras in ’t land. Reeds eenige dagen na ’t akkeren was ’t ’s morgens tegen de zon in, te zien. Nu wil Adriaan de rijen verder van elkander houden en in de rijen wat bollen staan. Hij hoopt dan tusschen de rijen ’t duisgras met de wietmachine te vernietigen en ’t in de rijen, minder kans te geven.

Over ’t benoodigde graan per h.a. voor een goed tarwe gewas is al veel te doen geweest. Mijn voorgangers op den Beer, de Oomes, zaaiden gaarne vol. Drie h.l. was het minste, als de structuur slecht was, gingen zij tot 3 1/2 hl.l per h.a. En als  zij de zaaitarwe cadeau gekregen hadden zouden ze zeker 4 of 5 h.l. gezaaid hebben. Een tegenstelling was A. in ’t Veld, een tachtigjarige. Die zaaide tarwe in den nieuwe Biesboschpolder. In den volgende zomer zei hij tegen mij: “Ik had ze al tweemaal laten toppen (?) en nu gaat ze nog tegen den grond” Ik antwoordde: een beetje te vol gezaaid zeker, Hij zei: nee, maar 90 kop. Dus dat was bij ’t uitzaaien van 0,9 h.l. een te zwaar gewas. Zoek dat nu maar eens uit, dat gaat van 0,9 hl.l tot 4 a 5 h.l. En nu gaat Adriaan van 1,5 tot 2 h.l. terwille van het duisgras. Ik vrees dat het verkeerd uitkomt. Als men van een vaste gewoonte afwijkt doet men dat, later bezien, meestentijd op een verkeerd tijdstip. Van de week nog zei een bevriend landbouwer tegen mij, “nooit heb ik aardappels te velde verkocht, nu ded ik het en ik zit er diep in.” Zoo iets ziet men vaak, misschien gaat ’t met het voller zaaien eveneens.”

(UPDATE november 2009 door Grietje Keller m.b.t. duisgras: Mijn vader Jaap Keller heeft zijn neef Teunis Visser gebeld over Duisgras. De vader van Teunis Visser kende het niet totdat een combine zijn land besmet had. Hij noemt het Duist. Teunis Visser: “Je kunt er voor spuiten. Klaar”. Al schijnt het tegenwoordig resistent te zijn.)

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft in september 1940 over het verloop van de oorlog en de gebeurtenissen op de boerderij de Nieuwe Beer waar zijn zoon Adriaan de scepter zwaaide.

28 September 1940:

Morgen is het de geboorte dag van mijn Moeder. Moeder werd 29 Sept 1831 geboren en is nu al 48 jaar geleden gestorven.

Van den oorlog is er iets nieuws. Japan is in verbond getreden met Italië en Duitschland. Wat een macht, deze drie mogendheden. Mij dunkt, hier uit moet een vast verbond, Engeland en Amerika, uit geboren worden. De belangen van Japan gaan in tegen de belangen van Amerika. Dus is de driebond tegen de belangen van Amerika. Ten slotte zal ’t weer op een wereldoorlog uitkomen. Misschien staan we nog maar aan ’t begin van de groote ellende, een ellende die nu al voor vele ondragelijk is geworden. Laten we ’t beste hopen.

De oorlog is nog precies zoo als verelden week beschreven werd. Het fluisternieuws zegt, dat er bij het bombardement van Vlissingen van 9 of 11 burgers bij om kwamen, zeer veel gereed liggende schepen werden vernield en zeer veel Duitsche soldaten werden gevonden en gedood. Er zou in den nacht, een roode kruistrein naar Dordrecht zijn vervoerd. De gewonden zouden overgebracht zijn in school op Krispijn en daar verpleegd worden. Maar in de kranten geen woord er over. Dus weten we eigenlijk niet eens wat vlak bij ons gebeurd.

Van de week op een avond om pl. m. 10 uur hoorden we in ’t N. Westen fel kanongebulder. We zagen door de ramen pl. m. 10 licht stralen van zoeklichten. Wat gebeurde er? We weten ’t niet. Zelfs geen fluisternieuws hier over. ’t Is zeker de moeite niet waard er aandacht aan te wijden. Londen wordt nog steeds onafgebroken gebombardeerd. Wat zal er van die grootst stad der wereld overblijven? Ook Berlijn wordt steeds gebombardeerd, even als andere Duitsche steden en alle havens waar vaartuigen gereed liggen voor den overvaart. Wat een waardevernieling.

Volgens Duitsche berichten raken Engelschen bommen niets dan ziekenhuizen en arbeiderwijken, nooit eenig militair doel. Vandaar de volgende mop, die de ronde doet. Een Hollandsche arbeider zoekt werk in Duitschland. Hij vroeg waar hij te werk gesteld kon worden. ’t Antwoord was, op niet gevaarlijke plaatsen op ’t platteland b.v. Dank U, zei de man, het platteland is mij te gevaarlijk, daar vallen de meeste Engelsche bommen, geef mij maar een plaatsje op een munitiefabriek of wapenfabriek want die raken ze nooit.

De aardappels op den Beer zijn uit den grond en er is al een h.a. bieten gedolven en op den wal gereden. Ook werd er van de week een schip geladen met 450 m Bintjes en 400 mud Eig. poters. De bintje voor f 2,25, de poters voor f 1,80. Ook werden er 300 m. Eigenheimers verkocht voor f 3.00 maar die liggen er nog. En verder werd er een begin gemaakt met het inkuilen van jonge klaver.

Wat een prestatie, wat werd er een werk gedaan. Ik zou er zeer van genieten, ik zou ’t er zeer goed over naar mijn zin hebben, maar Ja, natuurlijk een máár. En wel een zeer groote. Toen er een begin was met inkuilen bleek dat ’t zuur niet was als naar gewoonte. De leverancier opgebeld. Een vergissing, ’t is zwavelzuur, doodelijk voor ’t vee bij gebruik. Wel, wel, daar stond alles gesteld, wagens vol klaver, wat nu. De volgende telefoon melde weer. Ophouden met inkuilen ’t zuur is vergiftig. Wel wel. Bij ’t begrip dat het zuur niet goed was, werd gestaakt. Toen, de telefoon melde, het zuur is wél goed, werd haastig verder gegaan, tot er weer overheen getelefoneerd werd, ’t zuur is niét goed. Wat nu, morgen zal de zuurleverancier komen kijken. Moet al de klaver er weer uit en op den mesthoop gebracht worden? We zullen ’t later wel hooren. En ondertusschen kwam een schip om de bieten te halen. Hadden ze die maar geladen in plaats van die vergeefsche inkuiling.

Naschrift: ’t Zuur was niet geschikt voor ’t inkuilen van veevoeder, wel voor ’t concerveren van aarbeien. Maandag werd de klaver er uit gereden en op den mesthoop gereden. Wie zal dat betalen, zoete liever Gerritje. Met bekwame spoed werd opnieuw begonnen aan ’t inkuilen van de nog aanwezig klaver.

Mijn overgrootvader Jacob Keller schrijft over de invoering van het legitimatiebewijs en de oorlogstoestand in Nederland. Hij schreeft ook over De Beer, de boerderij die zijn zoon bestiert.

21 Sept 1940: De Duitschers zijn nog niet overgevaren naar Engeland. Engeland heeft hoop dat de najaarsstormen den overtocht zullen gaan beletten. Andere vrezen dat er gewacht wordt op stil en mistig weer. En een derde zegt, eerst moet de Engelsche luchtmacht lamgelegd worden. De vliegtuigen blijven geregeld aanvallen doen. Wat de uitslag betreft van de luchtaanvallen, of men die van Duitsche of van Engelsche kant hoort, dat verschilt zooveel, dat men tenslotte geen van beiden gelooft. Maar wel geloven we dat het in Londen gruwelijk er uit zal zien. De Engelschen zeggen “de bevolking houdt  voorbeeldig kalm”. De Duitschers zeggen “De Londenaars vluchten in wilde paniek, de regeering is wel verplicht die massa vlucht te regelen”. Dat de bevolking kalm zou blijven is moeilijk aan te nemen. De eerste minister van Engeland deelde deze week mede dat er 2000 dooden en 8000 gewonden waren. Dat zijn afgeronde getallen. Waarschijnlijk afgerond naar beneden. Hoe zou men rustig kunnen blijven, bij dergelijke gruwelen. Engeland houdt er desondanks de moed in, maar Duitschland doet en praat of Engeland al overwonnen is en houdt besprekingen met Italië hoe men verder moet handelen met ’t overwonnen Engeland. Wee den overwonnenen!

Wij moeten angstvallig onze ramen verduisteren, we mogen ’s avonds na 10 uur niet meer op de weg zijn, zelfs niet op ons eigen erfje, we moeten binnen zijn: en nu weer: we moeten een identiteitsbewijs geregeld in de zak dragen als we boven 15 jaar zijn. Zoo’n bewijs moet van een foto voorzien zijn. ’t Gelijkt wel een paspoort. En nu hebben de fotograven ’t enorm druk. Want de foto’s moeten nieuw zijn, de foto’s moeten blootshoofd genomen worden, de foto’s moeten ’t linkeroor geheel vertoonen. Er zijn er maar weinig die in ’t bezit zijn van dergelijke foto’s. Dus nieuwe laten maken. Drie voor 25 centen, drie voor 35 centen, drie voor 75 centen, zoo luidt de reclame. Drommen menschen voor de fotograven, drommen menschen in rijen voor de gebouwen waar de legitimatiebewijzen worden uitgereikt.

Zoo als ik al eerder schreef, in de H.Waard zijn zeer veel Duitsche soldaten. Die soldaten houden dagelijks oefeningen Zij kruipen over versch geploed land, zij hollen door aardapelland en bietenland over sloten en over draadversperring. zij schieten, zoodat de boerenknechts hun paarden af moeten moeten spannen en huiswaartsch moeten gaan. Wee, ’t overwonnen volk.

Op den Beer is ’t rustig. Geen last van Duitsche militairen. En daar ’t nachtvliegen hier minder is geworden en dus ook het afweer geschut is er ’s nachts meer rust gekomen. De Engelschen hebben ’t druk genoeg de schepen en scheepjes te bombarderen die hier en daar in de havens liggen. Maar daar is ’t slecht voor de bewoners (?). B.v. te Vlissingen, vallen veel Engelsche bommen. De Eigenheimers zijn er uit op den Beer en nu worden de B. Ster ge(?). Die kunnen er uit zijn als er aan de bieten begonnen moet worden.

« Newer Posts - Older Posts »

Categorieën